Interview met Engelbert Moes
Op 19 september is het zover: dan viert Van Heek Schilderwerken zijn 120-jarig jubileum. Het betekent tevens het afscheid van Engelbert Moes, die afzwaait na een directeurschap van meer dan 25 jaar. Hij heeft in deze periode niet alleen het bedrijf, maar ook het vakgebied als geheel ingrijpend zien veranderen. De nieuwe trend is wat hem betreft onmiskenbaar: “De schilder van de toekomst is een allround onderhoudsdeskundige.”

Veranderingen in een kwart eeuw schildersambacht
De huidig directeur legt de basis voor zijn loopbaan in 1967 aan de Nationale Schildersschool Zwolle. Na het succesvol afronden van zijn opleiding gaat hij vier jaar later aan de slag als Meester Schilder. Zijn carrièreverloop voert hem in de loop der tijd langs verschillende functies en in 1991 mondt dit uit in een directeurschap bij Van Heek Schilderwerken. Die functie vervult hij niet alleen, zo benadrukt Engelbert: “De directievoering in ons bedrijf bestaat uit twee mensen en ik werk al jarenlang heel prettig samen met mijn collega Frank Knoef.”
Een kwart eeuw directievoering in het schildersambacht: het is een respectabele periode. Net als in andere vakgebieden heeft de directeur in deze tijd dan ook de nodige zaken zien veranderen. “In mijn begintijd als schilder had ik ongeveer 40.000 collega’s. Inmiddels zijn er nog slechts zo’n 15.000 schilders. Dat heeft onder meer te maken met technologische innovaties die minder menselijke arbeid noodzakelijk maken. Door ontwikkelingen in bijvoorbeeld de verfindustrie zijn producten duurzamer geworden en praten we inmiddels over onderhoudscycli van 10 in plaats van 5 jaar.”
Versterken van het oude vakmanschap
Het zijn ontwikkelingen die van een schildersbedrijf tijdige anticipatie vereisen. Voor Van Heek Schilderwerken heeft de oplossing altijd gelegen in het verbreden van de eigen horizon. “Wij zijn slimmer gaan werken ten dienste van onze opdrachtgevers. Ook bieden we steeds meer aanvullende diensten op het gebied van vastgoedonderhoud. Is er iets kapot? Dan kunnen wij het in veel gevallen zelf herstellen. Ons personeel kijkt hierdoor niet meer alleen naar het schilderwerk op korte termijn, maar vindt ook manieren om de levensduur te verlengen. Zo inspecteren wij bijvoorbeeld periodiek het vastgoed van onze opdrachtgevers. We trekken tijdig aan de bel zodra preventief onderhoud noodzakelijk is en besparen de klant hiermee tijd en geld. Voorkomen is nog altijd beter dan genezen.”
Volgens Engelbert is het een voorbeeld van de manier waarop nieuwe ontwikkelingen het oude ambacht aanvullen. “We werken tegenwoordig steeds vaker met kritische prestatie-indicatoren (KPI’s). Dat doen we om kwaliteit meetbaar te maken en concrete onderhoudsdoelen met opdrachtgevers af te spreken. Dit ondermijnt het oude ambacht niet, maar versterkt het juist. In mijn ogen moeten we het oude vakmanschap immers blijven koesteren. Want als je het kwijtraakt, krijg je het nooit meer terug.” In het verlengde van deze visie brainstormt de directeur de laatste tijd met andere experts op de Universiteit Twente over de toekomst van zijn vakgebied. “Want dat het schildersvak er over 10 jaar niet meer hetzelfde uitziet, is evident. Hier moeten we als bedrijf op toegerust zijn.”
Nauwe samenwerking binnen én buiten het bedrijf
Hoe het beroep van een schilder er over tien jaar dan wél uitziet? “Een schilder is dan een allround onderhoudsdeskundige. Die zich niet alleen afvraagt waarom iets kapot gaat, maar die vervolgens ook een structurele oplossing aandraagt bij de opdrachtgever. Zeker in een sector met hoge faalkosten zoals de bouw is een belangrijke rol weggelegd voor zo’n onderhoudsdeskundige. En daarmee voor Van Heek Schilderwerken als ‘allround vastgoedonderhoudsbedrijf’.”
In de tussentijd is het zaak om nieuwe ontwikkelingen nauwgezet te blijven volgen. “Want als technologie zich sneller ontwikkelt dan vakmanschap, dan blijf je achter. Het mooist is daarom als beide zaken hand in hand gaan. Dat kan door nauw samenwerken met relevante partijen in de branche.”
Ook binnen het eigen bedrijf is nauwe samenwerking een kernbegrip, voegt Engelbert toe. “Mede hierdoor kijk ik met een heel goed gevoel terug op de ruim 25 jaar die ik hier heb gewerkt. Ik word bijzonder blij van het enthousiasme van mijn directe collega’s – en dat van mijn opvolger! Maar ook van de ontwikkeling van ons eigen personeel. De vele jonge mensen die met grote toewijding investeren in zichzelf en hun kennis van het vak. De ontwikkeling die wij de afgelopen jaren in samenwerking met vier collega-organisaties hebben (Exterio), zien onze medewerkers duidelijk als een uitdaging en zekerheid voor de toekomst. Dat vind ik enorm fijn om te zien.”







